Draadloos internet is net als elektriciteit: je merkt pas dat het bestaat als het stopt met werken. Problemen met WiFi komen altijd erg ongelegen, want je moet net nog die belangrijke e-mail voor je werk versturen of je wilt net een voetbalwedstrijd kijken via een live stream. Dan is het goed om te weten dat je voor veel WiFi problemen geen expert nodig hebt, veel kun je namelijk ook zelf verhelpen. Wij geven je hieronder negen tips die je op helpen een stabielere WiFi verbinding te realiseren.
Wat kun je lezen in dit artikel?
- Tip 1: Reset je router en probeer het met een vaste kabel
- Tip 2: Verplaats de router
- Tip 3: Stel je WiFi-router in op een ander kanaal
- Tip 4: Controleer welke WiFi-standaard je gebruikt
- Tip 5: Gebruik WPA3 als beveiliging
- Tip 6: Verhoog de kanaalbreedte
- Tip 7: Update de firmware van je router
- Tip 8: Update ook het ontvangende apparaat
- Tip 9: Het bereik verbeteren met een repeater of mesh-systeem
- Wat als deze tips je niet verder helpen?
Tip 1: Reset je router en probeer het met een vaste kabel
Het eerste wat je je moet bedenken is of de problemen er altijd al waren of dat deze uit het niets lijken te zijn ontstaan. Heeft het eerder wel goed gewerkt? Het is een goed idee om eerst eens je router te resetten, dat doe je simpelweg door de stekker of adapter er uit te halen, minimaal 10 seconden wachten en dan er weer in doen. De router start dan opnieuw op, het kan daarna wel even duren voordat je internetverbinding weer online komt, houdt hiervoor rekening met maximaal 1 á 2 minuten.
Denk erom dat je deze reset niet doet door het resetknopje op je router in te drukken, dit resulteert er namelijk in dat je de router reset naar fabrieksinstellingen waardoor je al je instellingen kwijt raakt!
Mocht deze reset geen resultaat geven, sluit dan je laptop met een netwerkkabel (UTP) op de router aan om te zien of de problemen dan weg zijn. Als je met deze kabelverbinding nog steeds dezelfde problemen ervaart, dan ligt het hoogst waarschijnlijk niet aan de WiFi, maar aan de router zelf of aan de aansluiting van de provider.
Tip 2: Verplaats de router
De plek van de router is een belangrijk gegeven. Objecten die het WiFi signaal sterk negatief beïnvloeden zijn dikke muren, koelkasten, tv's en magnetrons. Zorg dus dat je router voldoende afstand heeft tot dit soort objecten. Ook is een centrale locatie van belang, een router straalt zijn signaal doorgaans namelijk rondom uit. De beste locatie is daarom ergens in het midden van het gebied waarin je bereik wilt hebben. Wil je bereik hebben op de begane grond, de eerste en de tweede verdieping? Plaats je router dan op de eerste verdieping als dit mogelijk is.
Tip 3: Stel je WiFi-router in op een ander kanaal
Er zijn drie verschillende frequentiebanden toegewezen voor het gebruik van WiFi: de 2,4 GHz band, de 5 GHz band en sinds WiFi 6E ook de 6 GHz band. Binnen deze frequentiebanden heb je vervolgens weer verschillende kanalen. Als één van je buren hetzelfde kanaal gebruikt loopt de snelheid en stabiliteit snel terug. Ook andere apparaten kunnen storingen geven op bepaalde kanalen.
Gelukkig zijn er tools om te zien welke kanalen gebruikt worden en welke vrij zijn. Op Windows en macOS is bijvoorbeeld NetSpot een veelgebruikte optie, en voor Android zijn er verschillende WiFi Analyzer-apps beschikbaar. Ook bieden veel moderne routers via hun eigen app al ingebouwde kanaalanalyse, waardoor je niet eens losse software nodig hebt. Door zo'n tool te gebruiken kun je eens door je huis gaan lopen en kijken welk kanaal overal vrij is of in ieder geval het minste gebruikt wordt. Let er ook op of de kanalen erom heen enigszins rustig zijn: als bijvoorbeeld kanaal 6 helemaal vrij is, maar kanaal 7 juist druk is, dan is het toch niet verstandig om kanaal 6 te kiezen omdat er altijd wat overlap is.
Is je router geschikt voor de 5 GHz of zelfs de 6 GHz band, dan is het aan te raden om die te gebruiken: deze banden zijn nog altijd minder druk dan de overvolle 2,4 GHz band. Een ander vrij of rustiger kanaal instellen op je router kan wonderen doen wat betreft stabiliteit en snelheid van je WiFi!
Tip 4: Controleer welke WiFi-standaard je gebruikt
WiFi kent verschillende standaarden: steeds verbeterde versies van hun voorganger. Sinds 2019 gebruikt de WiFi Alliance geen cryptische lettercombinaties (A, B, G, N, AC) meer, maar simpele versienummers. Dit zijn de standaarden die je nu tegenkomt:
- WiFi 4 (voorheen N) en WiFi 5 (voorheen AC): inmiddels verouderd, maar nog volop in gebruik bij oudere routers.
- WiFi 6 en WiFi 6E: de huidige norm bij de meeste nieuwe routers. WiFi 6E voegt de 6 GHz-band toe, naast de bekende 2,4 GHz en 5 GHz, wat zorgt voor minder drukte en interferentie.
- WiFi 7: de nieuwste standaard die daadwerkelijk breed verkrijgbaar is. Grootste vernieuwing is Multi-Link Operation (MLO), waarmee een apparaat tegelijk over meerdere frequentiebanden kan communiceren. Dat betekent lagere latency en een stabielere verbinding, plus kanalen tot 320 MHz breed voor hogere snelheden.
- WiFi 8: nog in ontwikkeling (officieel 802.11bn), met afronding van de standaard verwacht rond 2028. In tegenstelling tot eerdere generaties draait WiFi 8 niet primair om hogere topsnelheden, maar om betrouwbaarheid: een stabielere verbinding in drukke omgevingen zoals appartementencomplexen, kantoren en stadions. De eerste routers met (voorlopige) WiFi 8-ondersteuning verschijnen mogelijk al eerder, doordat chipfabrikanten vooruitlopen op de definitieve standaard.
Heb je een router die alleen WiFi 4 of ouder ondersteunt, dan is vervanging echt aan te raden. Let er wel op dat de gebruikte standaard niet alleen van je router afhangt, maar ook van het ontvangende apparaat: staat je router op WiFi 7, maar kan je laptop maximaal WiFi 5 aan, dan wordt WiFi 5 gebruikt. Check dus zowel de standaard van je router als die van de apparaten die je erop aansluit.
Tip 5: Gebruik WPA3 als beveiliging
Zorg er altijd voor dat je het meest recente beveiligingsprotocol gebruikt. Sinds 2018 is dat WPA3, de opvolger van WPA2. WPA3 biedt sterkere versleuteling en beschermt beter tegen bepaalde soorten aanvallen, zoals brute-force pogingen om het wachtwoord te raden. De meeste routers van de laatste jaren ondersteunen WPA3, vaak in combinatie met WPA2 ("WPA2/WPA3 gemengd") voor achterwaartse compatibiliteit met oudere apparaten.
Dit is niet alleen belangrijk voor de veiligheid van je netwerk, maar kan ook invloed hebben op de snelheid. Bij oudere protocollen zoals WEP en WPA heeft de router meer tijd nodig om de sleutels te berekenen, waardoor de WiFi-snelheid omlaag gaat. Heb je alleen nog deze verouderde protocollen tot je beschikking, dan is het echt tijd voor een nieuwe router.
Tip 6: Verhoog de kanaalbreedte
Dit is een tip die door onwetendheid niet vaak wordt toegepast, maar de snelheid aanzienlijk kan verhogen. We hebben in tip 3 uitgelegd dat er meerdere frequentiebanden zijn toegewezen voor WiFi. Deze banden hebben weer een aantal kanalen, die je kunt combineren tot een bredere kanaalbreedte.
Bij WiFi 4 en WiFi 5 kun je de kanaalbreedte al verhogen naar 40 MHz of 80 MHz, waar veel routers nog standaard op een smallere 20 MHz staan ingesteld. Heb je een router met WiFi 6E of WiFi 7, dan zijn zelfs kanalen tot 160 MHz of 320 MHz mogelijk (vooral op de 6 GHz-band), wat voor een flinke snelheidswinst kan zorgen. Kies in je routerinstellingen voor de breedste beschikbare optie, "automatisch" of "gemengd".
Tip 7: Update de firmware van je router
Iedere router draait op een besturingssysteem, een stukje software wat firmware wordt genoemd. De firmware-versie waarmee de router wordt geleverd is soms al een iets oudere versie doordat tussen fabricage en de uiteindelijke aankoop tijd kan zitten. Het is daarom aan te raden om af en toe te controleren of er nieuwe, verbeterde versies van de firmware beschikbaar zijn. Dit kan namelijk ook problemen oplossen omdat er in verouderde versies wellicht bugs zitten of gebruik wordt gemaakt van verouderde standaarden. Veel moderne routers, vooral die van providers, updaten hun firmware tegenwoordig automatisch op de achtergrond, waardoor handmatig controleren minder vaak nodig is dan vroeger. Doe je dit toch zelf, volg dan altijd nauwkeurig de instructies van de fabrikant, want een verkeerd uitgevoerde update kan schade aan de router tot gevolg hebben.
Zoals in tip 4 al geadviseerd: als je router niet minimaal WiFi 5 aankan, koop dan een nieuwe router, zo duur zijn ze tegenwoordig niet meer. Schaf dan een gigabit router aan, deze ondersteunt snelheden tot 1 GB. De meeste routers zijn tegenwoordig ook een zogenoemde dualband of zelfs triband router, wat betekent dat de 2,4 GHz, 5 GHz en (bij triband) 6 GHz band tegelijk worden ondersteund. Je behaalt de hoogste snelheden als deze routers op "simultaneous dual band" of "triband" zijn ingesteld.
Tip 8: Update ook het ontvangende apparaat
Een WiFi verbinding heeft natuurlijk altijd twee kanten: de router aan de ene kant en je laptop, tablet of smartphone aan de andere kant. Het is daarom zaak om ook altijd je apparaat zelf te controleren en eventueel te updaten. Kijk hierbij vooral naar de drivers voor de WiFi adapter of WiFi netwerkkaart. Is deze ingebouwde adapter in je laptop verouderd? Ondersteunt de adapter bijvoorbeeld geen recente standaard? Dan kun je overwegen om een losse USB WiFi adapter, ook wel dongle genoemd, te kopen en deze te gebruiken. Schakel dan wel de verouderde ingebouwde adapter uit in het besturingssysteem.
WiFi USB dongle
Tip 9: Het bereik verbeteren met een repeater of mesh-systeem
Als het probleem eigenlijk gewoon het bereik van je WiFi is en je kunt aan de locatie van je router (in tip 2) niets meer veranderen, dan kun je gebruik maken van een extra accesspoint. Traditioneel gebeurt dit met een WiFi repeater of extender: de verbinding naar dit tweede accesspoint kun je draadloos doen, maar het beste is altijd een kabelverbinding (UTP) vanaf de router. De WiFi netwerknaam (SSID) en de beveiligingssleutel kun je het beste hetzelfde houden als die van de eerste router, je apparaten zullen dit dan zien als één netwerk en geruisloos schakelen naar het sterkste signaal op de betreffende plek. Denk er wel om dat je voor beide accesspoints verschillende kanalen instelt (zie tip 3), zodat ze elkaar niet onderling gaan storen.
Tegenwoordig is een mesh-systeem vaak een beter alternatief dan een losse repeater. Bij mesh plaats je meerdere onderling verbonden accesspoints in huis, die automatisch en naadloos schakelen tussen elkaar zodra je ermee rondloopt, zonder dat je zelf kanalen hoeft te configureren. Dit maakt het instellen eenvoudiger en de dekking vaak stabieler dan met een traditionele repeater.
Wat als deze tips je niet verder helpen?
Biedt geen van deze negen tips soelaas? Dan moet je het probleem waarschijnlijk ergens anders zoeken. Controleer nogmaals of het probleem toch niet in het door de provider aangeleverde signaal zit. Als je met een vaste netwerkkabel tussen je laptop en je router wel snel en stabiel internet hebt, dan zal het inderdaad toch aan het WiFi signaal liggen. Het advies is dan een expert in te schakelen of een handige buurman of kennis om hulp vragen.
Is je internet met een vaste kabel ook traag en slecht? Dan kun je de provider vragen om hulp of wellicht eens met een andere router proberen. Biedt dit ook geen oplossing? Dan is het wellicht tijd om naar een andere provider over te stappen. Doe daarvoor onze postcodecheck hieronder.
Wij hopen dat deze tips je verder zullen helpen want er zijn weinig dingen irritanter dan een trage of steeds wegvallende internetverbinding!
Over de auteur
Eric Hes
Eric is al meer dan 20 jaar it'er in hart en nieren. Als netwerkbeheerder heeft hij veel ervaring opgedaan met providers, internetaansluitingen en mobiele netwerken. Tegenwoordig deelt hij zijn kennis en passie online.
